2018 – Concepts of Time

Geen enkel ding in dit heelal, geloof me, gaat teloor,
Maar alles wisselt en vernieuwt. Men spreekt van een geboorte
Als er iets anders aanvangt dan er was, en sterven is
Ophouden met hetzelfde zijn. En toch, het grote geheel
Blijft wel bestaan, al schuift er nog zoveel van hier naar daar.
(Ovidius, Boek 15, 254)

Beeldhouwers hebben in de afgelopen vijftig jaar hun artistieke grenzen verlegd. Het eind van de 19de en begin 20ste eeuw heeft de beeldhouwkunst zich losgemaakt van zijn traditionele, klassieke betekenis. Beeldhouwkunst kan een installatie zijn of de drie-dimensionale uitvoering van een schilderij.
In toenemende mate is beeldhouwkunst conceptueel geworden. Duurzame materialen als brons en steen hebben plaatsgemaakt voor vluchtige kunststofmaterialen zoals epoxy, polyurethaanschuim of styrofoam. Hedendaagse beeldhouwkunst is niet meer gemaakt voor de eeuwigheid maar tijdelijk en vergankelijk. In een tijd dat de beeldhouwer aan zijn werk iedere betekenis kan geven die hij wenst, ontstaat behoefte aan nieuw houvast. In deze zoektocht naar nieuwe betekenis blijkt het verleden voor de deelnemende kunstenaars een bron van inspiratie. Kunstenaars zoeken naar ankerpunten in het verleden om zich mee te verbinden en voor het werk bestaansrecht te vinden. Door verbinding te leggen met het verleden hervinden beeldhouwers hun hedendaagse positie. De 7e editie van Beelden In Leiden toont beelden van tien beeldhouwers die met hun werk wijzen op de relevantie van geschiedenis. De kunstenaars onderzoeken concepten van tijd, hoe deze zich manifesteren in uiteenlopende vormen van beeldtaal, objecten en iconografie. De resultaten hiervan gebruiken zij voor het creëren van nieuwe beelden.

De kunstenaars zijn gekozen vanwege hun getoonde verwantschap met aspecten uit de geschiedenis. Zij onderzoeken verschillende concepten van tijd en putten hiervoor uit film, literatuur of kunst uit voorgaande eeuwen en verweven fragmenten hieruit in eigen voorstellingen. De bereikbaarheid van steeds grotere databanken op internet speelt hierin een belangrijke rol. De fragiele vaak kunststof materialen waarmee hedendaagse beeldhouwers werken, stellen eveneens de vergankelijkheid en de eeuwigheidswaarde van de hedendaagse beeldhouwkunst ter discussie.
Tien jonge, talentvolle beeldhouwers reflecteren met nieuwe beelden op aspecten uit het verleden en geven daarmee richting aan de hedendaagse beeldhouwkunst.

 

De kunstenaars op de Hooglandse Kerkgracht

Robbert Pauwels (1983)
Lillian Vlaun (1993)
Daniel van Straalen (1987) Hoofd , handen, hart

Daniel van Straalen roept met zijn werk vragen op rondom authenticiteit. Hij onderzoekt wat authenticiteit nog inhoudt in een wereld die wordt gedomineerd door internet. Zijn interesse ligt bij het resultaat van de toe-eigening. Hij laat zich inspireren door beelden of ikonen uit het verleden, eigent zich deze beelden toe en brengt ze in een hedendaagse context. De afgelopen jaren werd hij bekend met een serie waarin hij delen van werken van bekende appropriation artists als Andy Warhol, John Baldessari en Richard Prince kopieerde en die samenvoegde tot nieuwe werken.

Daniel van Straalen voelt zich verwant met de Amerikaanse appropriation artists uit de jaren zeventig.  Kunstenaars als Barbara Kruger, Richard Prinse, Sherrie Levine en Cindy Sherman ontleenden bestaande afbeeldingen, beeldelementen, voorwerpen over het Amerikaanse leven in hun werk. Ze eigenden zich beeldmateriaal van anderen toe om werk mee te maken. In wezen reproduceerden zij werk dat al gemaakt was.
Appropriation heeft in deze tijd van internet een revival gekregen. De vraag of iets ‘echt’ of ‘nep’ is, doet er in deze tijd niet meer toe, vooruitgang is het motto.

Nynke Koster (1987) Iets wat bestaat een nieuw bestaan geven

Nynke Koster wil met haar werk de geschiedenis opnieuw tot leven brengen.  Ze maakt rubberen afgietsels van ornamenten, van onderdelen van gebouwen en historische voorwerpen . Met het zachte rubber wil ze de geschiedenis tastbaar maken.
Toen ze afstudeerde aan de Akademie voor Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK) wilde ze een herinnering meenemen aan haar tijd op de Akademie en besloot ze delen van het gebouw in rubber af te gieten. Ze maakte afgietsels van de aanwezige bronzen deuren van de Renaissance beeldhouwer Ghiberti. Niet voor niets uitgevoerd in zachte, aaibare materialen. Ze wilde de ruimte voelen, tastbaar maken.  Kopiëren ziet zij als een bewuste creatieve daad, vanwege de transformatie die ze laat plaatsvinden. “Mijn identiteit verweven met het bestaande.” Iemand als Duchamp liet in de vorige eeuw al zien dat hergebruik in een nieuwe context nieuwe betekenis krijgt.”

Juliaan Andeweg (1986)
Camile Smeets (1983) Project Sphinx
Yair Callender(1987) Met leegte ruimte geven aan het ongrijpbare

 

Damian Kapojos (1980)
Jonathan van Doornum (1987)
Rein Verhoef (1989) In 2017 winnaar van de Frans de Witprijs